"Anti-moslimisme" als racisme*
door
Herman De Ley (© 1999)
1. Het aantal moslims, vandaag, in de kernlanden
van de EU bedraagt 9 à 10 miljoen (met nog eens een gelijkaardig
aantal in Oost-Europa). De islam maakt al decennia lang een proces door
van institutionalisering te midden van een geseculariseerde, niet-moslimse
samenleving. Terwijl de sociale basis van het christendom als maar verder
herleid wordt tot het platteland, manifesteert die Europese islam zich
als een uitgesproken stedelijk fenomeen: de moslimpopulaties zijn
geconcentreerd in de steden en grote agglomeraties, de moskeeën en
gebedsruimtes zijn typisch stedelijke centra en de symbolen van islamitisch
geloof en cultuur worden als maar zichtbaarder in het stedelijk landschap.
In deze slotjaren van de 20ste eeuw, m.a.w., is West-Europa meer dan ooit weerom
- d.w.z. vijf honderd jaar na de val van Granada - een ontmoetings- en
interactieruimte voor islamitische, christelijke en joodse alsook (deze
keer) vrijzinnige tradities.
In contrast met de middeleeuwen, lijkt het institutionele
kader van de lekenstaat, product van Verlichting en Franse revolutie, bij
uitstek geschikt om die moderne "convivencia", of coëxistentie,
deze maal op een democratische, egalitaire en pluralistische basis te realiseren
[over de eerste "convivencia", in middeleeuws Spanje, zie inleidend
mijn "Van Cordoba tot Mostar", CIE-Cahier nr. 2]. Of toch niet?
2. Iedereen is vertrouwd met de thesis van Harvard
professor Samuel Huntington, nl. over de nakende, zo al niet begonnen "clash"
tussen de civilisaties of culturen, met bovenal het zgn. "islamitische
blok" als nieuwe bedreiging voor het "Vrije Westen", na de val van het
Sovjetcommunisme. Vanuit Huntingtons visie bekeken, impliceert de hedendaagse
moslimaanwezigheid in Europa (en V.S.) dat de "frontlinie" tussen Islam
en het Westen in feite niet enkel tussen staten of continenten als wel
doorheen onze eigenste steden loopt. Stevenen we bijgevolg af op een soort
van burgeroorlog binnen de westerse samenlevingen zelf? En de "moslims"
in onze landen: d.w.z. de "Turken", de "Marokkanen" en de anderen, genaturaliseerd
of niet, moeten wij hen (zoals ons door extreem-rechts maar ook door sommige
"islamkenners" graag wordt voorgehouden) beschouwen als "interne vijanden",
als een "vijfde colonne"? En zullen we hen, bijgevolg, uit "zelfverdediging"
ooit weerom moeten uitdrijven of deporteren - zoals gebeurd is met de (nochtans
gekerstende!) Moriscos in Spanje, bij het begin van de 17e eeuw?
3. Tegen Huntingtons culturalistische thesis is
er zoals bekend al heel terechte kritiek geformuleerd. Toch valt het niet
te ontkennen dat er oppervlakkig beschouwd tekenen zijn die dergelijke
confrontatietheorie lijken te bevestigen. Bv. de relletjes die met de regelmaat
van de klok plaats vinden tussen zgn. migrantenjongeren en de ordediensten.
Amper enkele maanden geleden nog was dat het geval in het Oost-Vlaamse
Lokeren, en de burgemeester van dit stadje vaardigde er met veel bombarie
een regime af van zgn. "zero tolerantie". Of denken we aan het minstens
even sprekend voorbeeld van de ijzeren muur in Anderlecht, die het "witte"
deel van de gemeente moet helpen afschermen van de arme, "moslimse" Kuregemwijk.
4. Die groeiende polarisatie in de kernlanden van
de E.U. tussen de zgn. autochtone bevolking en de zgn. migranten wordt
gevoed en gelegitimeerd door een nieuwsoortig racisme. Het gaat opvallend
genoeg juist samen met de constructie van die Europese eenheid. Zoals
Marc Swyngedouw argumenteert [La construction du "péril
immigré" en Flandre 1930-1980, in: A.Rea, "Immigration et racisme en
Europe", 1998, pp. 107-130], wordt dit Europese racisme geconstrueerd
volgens analoge mechanismen als het antisemitisme van de jaren '30. In
veel sterkere mate, nochtans, is het hedendaagse racisme gebaseerd op de
etnicisering (en dus: naturalisering) van culturele, religieuze
verschillen: d.w.z. op de etnicisering van het moslim-zijn. Het "nieuwe"
racisme kan daarom misschien nog het best omschreven worden met de term
van "antimoslimisme" [de uitdrukking is afkomstig van de Britse
marxist, Fred Halliday, "Islam and the Myth of Confrontation. Religion
and Politics in the Middle East", 1996].
5. Op basis van de mythe van het oorspronkelijk
monoculturele, d.w.z. "blanke" en "(leken-)christelijke"Europa,
worden "migranten" en "moslims" systematisch met elkaar vereenzelvigd.
Ze mogen dan al in België geboren en getogen zijn, of in Duitsland,
in Frankrijk, enz.; ze mogen moslim, christen of vrijzinnig zijn: als "etnische moslims"gelden
ze altijd en overal als wezenlijk Europa-vreemd, en ze komen hoogstens
in aanmerking voor de categorie van "sub-Europeanen" ("sous-blanc",schrijft
Rea). De politieke weigering, in België, om aan zgn. "niet-E.U.-ingezetenen"
het gemeentelijk stemrecht te verlenen, moet in feite vanuit dit soort
van anti-moslimisme verklaard worden. Het strikt religieuze (m.i.v. theologische
kwesties) - hoeft het gezegd, in deze tijd van secularisering? -
geniet in dit culturele racisme nauwelijks belangstelling. In die zin gaat
het om een vijandigheid en afkeer, "niet zozeer t.a.v. de islam als
religie, maar t.a.v. moslims, d.w.z. ten aanzien van gemeenschappen
van mensen wier enige of belangrijkste religie de islam is en wier islamitisch
karakter - het weze reël of verbeeld - aanleiding geeft tot vooroordelen"[Fred
Halliday, o.c., p. 161].
6. In deze ontwikkeling, nochtans, schuilt geen
fataliteit. Ondanks de vele en reële handicaps waarmee ze ongetwijfeld
te kampen hebben, moet erkend worden dat het proces van "integratie" van
moslimimmigranten in onze geseculariseerde samenleving betrekkelijk succesvol
verloopt. Diegenen die, vanuit een christelijk of andersoortig fundamentalisme,
volhouden dat "de islam niet integreerbaar is in Europa" [bv. Urbain
Vermeulen] worden aldus door de feiten zelf in het ongelijk gesteld. Wél
moet er hoognodig een eind komen aan de vele, óók religieuze
discriminaties waarvan moslims in onze samenleving nog altijd het slachtoffer
zijn (en dat na bijna 25 jaar wettelijke "erkenning" van de islam als Belgische
eredienst, nl. in 1974): deze discriminatie - die in de eerste plaats van
de staatsinstellingen zelf uitgaat - is precies een belangrijke, institutionele
co-producente van racisme.
7. Bovendien moeten moslims, en in de eerste plaats
moslimjongeren alle kansen krijgen, in het onderwijs én in de beroepswereld,
om mét erkenning van hun moslimidentiteit (d.w.z. mét de
hoofddoek, indien ze dat wensen) als moslimburgers hun bijdrage
te leveren tot de maatschappelijke ontwikkelingen in wat ook hun samenleving
is. Op het vlak van het onderwijs dienen de nodige voorzieningen te worden
gecreëerd voor een intellectuele en professionele vorming van moslimjongeren
in hun religie en hun oorspronkelijke culturele erfgoed. Tegelijkertijd
moet elke vorm van racistisch Berufsverbot - schooldirecties die,
al dan niet zwaaiend met de "anti-discriminatie overeenkomst" (!),
kinderen weigeren in te schrijven, of die, in naam van de "emancipatie"(!),
meisjesleerlingen met hoofddoek de toegang tot de school, en dus tot een
opleiding ontzeggen - krachtdadig bestreden worden. Op een ogenblik dat
de democratische politieke partijen het VB wegens zijn racisme financieel
pogen te treffen, zou alvast een definitief einde moeten worden gesteld
aan dit institutionele racisme.
8. Addendum: vrijzinnigheid en islam.
8.1. Méér dan wie ook, m.i., zijn
vrijzinnigen geroepen om het hedendaagse racisme te bestrijden, omwille
juist van de vermelde etnisch-religieuze connotaties ervan. Vrijzinnigen
immers mogen geacht worden het religieuze voldoende te kunnen relativeren,
nl. àls (slechts) een cultuurfenomeen (om het wat pedant te formuleren:
als een geheel van maatschappelijke praktijken waarvan de reproductie op
elk historisch moment in verregaande mate bepaald wordt door de heersende
maatschappelijke verhoudingen en door de interactie met de andere groepen).
Anders gezegd: precies vrijzinnigen zijn bij machte om afstand te nemen
van elke verabsolutering van het religieuze (die juist wezenlijk
is voor een religieus wereldbeeld) - en dus ook van het demoniseren
ervan. Dat is met name een dringende vereiste t.a.v. de islam: de demonisering
ervan is al sedert de christelijke middeleeuwen a.h.w. verankerd in het
"Europese" zelfbeeld en zelfbegrip; de laatste decennia vindt daarvan een
heractualisering plaats, het weze dan binnen een seculaire context, nl.
bij middel van het spookbeeld van het zgn. islamitisch fundamentalisme.
8.2. Religie is dus "slechts"een cultuurfenomeen.
In zoverre nochtans het religieuze voor zeer vele (de meeste? alle?) mensen
in hun particuliere levenssituatie een onmisbare zingevende functie vervult,
zijn religie en godsdienstvrijheid óók een menselijk grondrecht.
Als symbolische constructie, is "religie" datgene wat mensen (psychisch,
ideëel, enz.) pas in staat stelt (verder) te leven àls mens.
In zoverre elke mens recht heeft op een menselijk bestaan, heeft
hij/zij derhalve het grondrecht zijn/haar religieuze en/of levensbeschouwelijke
opvattingen daadwerkelijk te belijden [het weze dan binnen de hedendaagse
historische parameters: bv. het brengen van mensenoffers, het weigeren
van bloedtransfusie aan derden, vrouwenbesnijdenis, e.d. vallen daar buiten].
Zeker wanneer het gaat om een sociaal-zwakke gemeenschap van immigranten,
die ook op zo vele andere vlakken het slachtoffer zijn van ongelijkheid,
discriminatie en uitsluiting (bv. de arbeidsmarkt, het onderwijs, enz.),
is dit grondrecht zonder meer van vitale betekenis. Opkomen voor "het stemrecht
voor migranten" maar zwijgen over hun religieuze rechten moet van
hieruit als hypocriet worden bestempeld (als een anti-racistisch bedoelde
interventie is het tevens contra-productief).
8.3. Méér dan wie ook, zijn vrijzinnigen
geroepen om de godsdienstsociologische inzichten die, een eeuw na Marx,
gemeengoed waren (schenen?) geworden althans t.a.v. het christendom, (eindelijk)
óók toe te passen op de islam - de godsdienst van de achtergestelde
en gediscrimineerde sociale groepen in onze samenleving (wat zich in sommige
zgn. islamitische landen afspeelt, is, in deze context, niét
relevant). Vanuit dergelijke argumentatie is het dus perfect begrijpelijk
waarom precies vrijzinnigen (en daaronder notoire vrijzinnigen,
zoals wijlen Leo Apostel, Jaap Kruithof e.a.) de laatste jaren het voortouw
hebben genomen in anti-racistische interventies op het vlak van de religieuze
rechten van de moslimbevolking: zoals het interuniversitaire platform, "Academici
voor de Gelijkberechtiging van de Islam (AGI)";de "gemengde" (moslim
en niet-moslim) forumorganisatie, "Forum voor Gelijkberechtiging en Interaktie (FoGI)", en recentelijk de oprichting van het "Centrum voor
Islam in Europa", een (interuniversitair en nu al internationaal) "Universitair
Centrum voor Studie, Vorming & Interactie".
|