|
Een witte,
kruisvaartridder-met-rosse-baard, rood kruis op de wit gedrapeerde borst, op een wit
strijdros, zijn strijdbijl moeiteloos geheven tegen een donkergetinte,
"Moorse" ruiter-met-zwarte-snor, op een donkerbruin paard... Deze afbeelding van
een 19de-eeuws schilderij siert de titelbladzijde van een bijlage
over Islam en het Westen, die nu reeds 'n 15 jaar geleden (!) gepubliceerd werd
door het vermaarde Britse magazine, "The Economist". Bovenaan, in
gele letters, staat de pathetische uitroep afgedrukt: "Not again, for
heaven’s sake".
Dezer dagen, helaas, lijkt het
wel degelijk "opnieuw" zo ver te zullen komen. Niet enkel
internationaal, met Amerikaanse en Britse, dood en verderf zaaiende
luchtbombardementen over Afghanistan. Ook in de westerse landen zelf -
goedbedoelde gebaren van politici ten spijt - zijn burgers die om een
of andere reden (soms ook verkeerdelijk) als "moslim" worden vereenzelvigd,
het slachtoffer van racistische beledigingen, intimidaties, jobverlies,
geweld of erger. In de VS zelf, in Canada, de UK, zelfs bij onze
Noorderburen: een islamitisch schooltje werd in brand gestoken (Nijmegen),
er waren diverse aanslagen op moskeeën, vrouwen werden op straat hun
hoofddoek brutaal afgerukt... In eigen land - laten we hout vasthouden -
is de psychologische grens van daadwerkelijk geweld gelukkig niet
overschreden (op één incident in Turnhout na). Toch levert de islamofobie
ook bij ons al jarenlang de "meststof" voor het electorale succes van
uiterst-rechts. Moslims, migranten, integratiewerkers, anti-racisten:
iedereen houdt dezer dagen de adem in en houdt zich even (?) "gebukt".
Waarom toch - zo kan men zich
afvragen - die (als maar groeiende) animositeit en vijandigheid ten aanzien
van islam en moslims, sedert de jaren ‘80 van de vorige eeuw? Samen met het
christendom (en het judaïsme) is islam één van de grote, Semitische,
eigenlijk westerse religies. Islam is de historisch-religieuze erfgename van
christendom en judaïsme, een "dochter-" of "zusterreligie", zeg maar. In een
westerse samenleving, gegroeid vanuit, naast helleense, vooral christelijke
tradities, zou naïef weg mogen verwacht worden dat die spirituele,
civilisatorische en culturele verbondenheid gunstig zou doorwegen, zeker in
contrast met andere, verdere wereldgodsdiensten, zoals hindoeïsme en
boeddhisme.
Het tegendeel is het geval,
zoals we weten. Het Westen heeft sedert zijn opkomst uit de duisternis van
de vroege middeleeuwen te allen tijde en om een veelheid aan redenen -
religieus-ideologische, theologische, politieke, economische, enz. - de behoefte gehad
islam en moslims te zien als de gans "andere", als de aartsvijand,
bedreigend en niet te doorgronden of te begrijpen, en vandaar dan weer
gevaarlijk verleidelijk. Zoals de oude Hellenen dat deden met de (vooral
Aziatische) "Barbaren", zo gaven en geven ook wij aan moslims alle
mogelijke negatieve karaktertrekken: irrationeel en emotioneel, fanatiek,
onbetrouwbaar, laf, slaafs én despotisch, enz., enz. Onszelf, tegelijkertijd,
identificeren we automatisch met de "positieve" tegenpolen daarvan:
rationeel en wetenschappelijk, verdraagzaam, democratisch, moedig, enz.
Vooral sedert de implosie van het communisme, in een geseculariseerde versie
van de middeleeuws-christelijke Antichrist, worden islam en zijn profeet
weerom gedemoniseerd en gestereotypeerd als mondiale tegenstander van alle
civilisatie, democratie, enz. "Wij" tegen "zij", kort gezegd - de "goeden"
tegen de "slechten", in een "clash of civilizations", waarin de
toekomst zelf van de mensheid op het spel staat.
De hedendaagse cultuur- en
sociale wetenschappen, nochtans, kunnen ons leren dat dit allemaal onzin en
paranoia is, die meer over onszelf vertelt dan over de andere. Sedert de
arbeidsimmigraties van de tweede helft van de vorige eeuw, leven "moslims"
tussen ons en met ons, in dezelfde, complexe samenleving. Ze kennen dezelfde
menselijke problemen als wij en worden geconfronteerd met een gelijkaardige
hoeveelheid en diversiteit aan maatschappelijke rollen en identiteiten: als
moeder of vader, als zoon of dochter, als arbeider, als bediende, als
werkloze, als middenstander, als student, als burger, als consument, als
Vlaming of Franstalige, als Antwerpenaar, of Gentenaar of Limburger... In
zoverre zij zich zélf als "moslim" beschouwen, proberen zij binnen de
samenleving hun geloof in eer en geweten te beleven, ondanks de vele
handicaps en discriminaties waarvan zij het slachtoffer blijven.
Wanneer wij ons niet door
woorden en door zelfgecreëerde spoken laten misleiden, dan zien we een
geloof waarin de menselijke verantwoordelijkheid, en waarin fundamentele
waarden en idealen als broederlijkheid, gelijkheid, vrijheid en, vooral,
rechtvaardigheid centraal staan. Wanneer wij ons niet door woorden en door
zelfgecreëerde spoken laten misleiden, dan zien we... mensen. Moslims zijn
mensen zoals wij. Wij zijn allemaal "moslims". |