Communicatie, Informatie, Educatie

• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

, vrijdag, 10 dec 1999, Bijlage "Aula-Wetenschap", p. 32, door:

Tom COCHEZ.
 
 

CRIMINOLOGIE - Verband criminaliteit en migranten nu al onderzocht.

Migranten vaker de klos.

Er is geen enkele relatie tussen etniciteit, cultuur en criminaliteit. Migranten worden voor identieke criminele feiten alleen vaker aangehouden dan autochtone Belgen. Het is slechts één van de verbijsterende resultaten van het voor ons land unieke, grootschalige onderzoek 'Verstedelijking, Sociale Uitsluiting van Jongeren en Straatcriminaliteit'. Onderzoek bij 4.700 jongeren in combinatie met een zeven maanden durende analyse van parketcijfers, leidt voor het eerst tot wetenschappelijke conclusies rond jeugdcriminaliteit. Aula kon het onderzoek inkijken.

Jeugdcriminaliteit en het daarmee samenhangende onveiligheidsgevoel is een hot item. Het fenomeen werd door talrijke onderzoeksgroepen bestudeerd, maar het ging telkens om vrij beperkte onderzoeken. Met de financiering van het vier jaar durende onderzoek 'Verstedelijking, Sociale Uitsluiting van Jongeren en Straatcriminaliteit' kwam de Dienst Wetenschap, Technologie en Cultuur (DWTC) van het ministerie Van Wetenschapsbeleid begin '96 tegemoet aan de vraag naar een grootschalig onderzoek. De studie werd uitgevoerd door de professoren Lode Walgrave, (jeugdcriminologie) en Chris Kesteloot (sociale en economische geografie) v an de KU Leuven en de onderzoekers Conny Vercaigne en Pascale Mistiaen.
"We wilden nagaan in hoeverre de grootstedelijke omgeving eigen accenten geeft aan de jeugdcriminaliteit", zegt professor Walgrave. "In de grootstad zijn de sociale weefsels minder hecht. De recreatiemogelijkheden verschillen en de kansen om te stelen zijn groter, omdat er in een beperkte omgeving meer materiële zaken samengepropt zijn. Er is de verloedering van buurten en het scherpe contrast tussen arm en rijk. Het ligt dus voor de hand dat een aantal sociaal-geografische factoren de jeugdcriminaliteit in een grootstedelijk milieu mee bepalen."

De analyse van het 'self report' onderzoek (de anonieme bevraging van 4.700 Brusselse scholieren) leert dat winkeldiefstal met voorsprong het meest gepleegde delict is bij jongeren: 33,5 procent van de scholieren (40 procent van de jongens tegenover 27 procent van de meisjes) steelt wel eens iets uit de winkelrekken. Het verschil tussen meisjes en jongens is bij de andere delicten nog groter. Ruim 20 procent van de jongens kwam het afgelopen jaar in aanraking met drugs tegenover slechts 12 procent van de meisjes. Het gaat daarbij meestal om softdrugs. Drieëndertig procent van de jongens draagt een wapen, doorgaans een mes, tegenover slechts 8,3 procent van de meisjes. Jongens spuiten ook meer graffiti (17,6 tegenover 9 procent) en bezondigen zich vaker aan vandalisme (22,3 tegenover 6,2 procent). Ze vallen sneller mensen lastig op straat (17,6 tegenover 8,5 procent) en raken vaker betrokken bij een vechtpartij op straat (19,9 procent tegenover 5,4 procent).
Als het om ernstigere delicten gaat. wordt het verschil tussen meisjes en jongens nog groter. Autodiefstal (10,1 procent tegenover 1,1), handtassendief- stal (6,3 procent tegenover 1,2), het dealen van drugs (8 procent, tegenover 2,2) en inbraak (6,5 procent tegenover 0, 7) blijven uitgesproken jongensaangelegenheden.
Er werd ook gepeild naar risicofactoren die de kans op het plegen van criminele feiten verhogen. "De schoolervaringen zijn bijzonder bepalend", zegt onderzoekster Conny Vercaigne. "De twee extreme polen zijn aanwezig. Het gaat om elitaire scholen die moeilijke leerlingen afstoten, of om scholen waar leerlingen terechtkomen uit kansarme buurten of leerlingen die elders geweigerd werden. Wat een 'gemiddelde school' genoemd zou kunnen worden, bestaat in Brussel niet. We constateren dat de schoolkeuze van allochtone jongeren uit armere milieus vaak zeer onbewust gebeurt. Ze gaan naar 
een bepaalde school omdat een oudere broer er zit of omdat ze er vrienden kennen. Ze beschikken niet over voldoende informatie om bij hun keuze andere criteria te hanteren. "Een ander belangrijk element is de beroepsklasse van de vader. We stellen vast dat jongeren van wie de vader in een hogere beroeps klasse zit doorgaans meer lichte criminele feiten plegen. Ze bezondigen zich meer aan winkeldiefstal, graffiti, vandalisme en drugsgebruik dan jongeren wier vader in een lagere beroepsklasse zit of helemaal niet werkt.

Deze laatste groep pleegt in verhouding meer zware vergrijpen zoals inbraak of autodiefstal."
Voor het eerst betrouwbare criminaliteitscijfers.

Bruikbare criminaliteitscijfers verzamelen in ons land is geen sinecure.'De politionele en gerechtelijke cijfers zeggen meer over de werking van de diensten dan over het effectief aantal gepleegde feiten. Bovendien verschilt de aangiftebereidheid naargelang de aard van het delict. Autodiefstal wordt bijna altijd aangegeven, terwijl delicten in de seksuele sfeer veel minder bij de politie worden gemeld. Criminologen maken dan ook een onderscheid tussen de reële en de geregistreerde criminaliteit. Om zicht te krijgen op de reële criminaliteit maken ze gebruik van 'dark number' onderzoek. Daarbij worden mensen anoniem bevraagd over het aantal keren dat ze dader of sláchtoffer zijn geweest van bepaalde criminele feiten.
Om zicht te krijgen op de jeugdcriminaliteit in de hoofdstad werd het DWTC-onderzoek in vier delen opgesplitst. "Bruikbaar cijfermateriaal verzamelen was onze eerste opdracht", zegt Lode Walgrave. 1n een eerste fase hebben we een grootschalig dark number daderonderzoek uitgevoerd bij 4.700 Brusselse scholieren. Deze cijfers werden naast de cijfers van het Brusselse jeugdparket gelegd. Gedurende zeven maanden, van maart tot november '98, hebben we daar alle binnenlopende zaken geregistreerd. De kwantitatieve gegevens werden aangevuld met diepte-interviews, die als het ware het verhaal achter de cijfers schetsten. Daarnaast hebben we ook gepoogd de recreatiemogelijkheden in Brussel in kaart te brengen. De summiere resultaten daarvan leren dat er te weinig recreatiemogelijkheden zijn, dat ze vaak te wensen overlaten en niet afgestemd zijn op het publiek uit de buurt."

Een gelijkaardig patroon vinden de onderzoekers terug bij migrantenjongeren. "Volledig in overeenstemming met de gemiddelde beroepsklasse, stellen we vast dat migrantenjongeren zich minder bezondigen aan lichte criminele feiten zoals winkeldiefstal en vandalisme. Ze zijn ook minder snel geneigd wapens te dragen. Daar staat tegenover dat ze oververtegenwoordigd zijn bij autodiefstallen of inbraak. Statistische analyses bewijzen dat het niet de etniciteit of cultuur is die bepalend zijn voor het plegen van ernstige feiten, maar sociale factoren zoals de schoolervaring en de beroepsklasse van de vader."
Deze heldere conclusies werpen een ander licht op het fel besproken onderzoek dat justitieminister Verwilghen wil laten uitvoeren naar het verband tussen migranten, etniciteit en criminaliteit. Het bestuderen van de cijfers van het Brusselse jeugdparket maken zo mogelijk nog duidelijker waar het schoentje wringt. "Vooral het beperkte aantal geweldsdelicten is opvallend en contrasteert scherp met het beeld dat bestaat bij de bevolking. In zeven maanden tijd 
kreeg het jeugdparket in Brussel geen enkele keer te maken met doodslag of zelfs maar een poging daartoe.

Een ander beeld dat doorgeprikt wordt, is het idee dat jongeren op steeds jongere leeftijd crimineel

gedrag vertonen. We vinden,
 
Minderjarige migranten houden zich in verhouding tot autochtone Belgen amper bezig met het dealen van drugs. Ze worden wel tien keer meer aangehouden.

perfect in overeenstemming met de literatuur, dat het aantal delicten een piek bereikt op 16 jaar om vervolgens weer te dalen".
De cijfers weerspiegelen perfect de gerechtelijke en politionele aandachtspunten. Zo werd drugsgebruik bijvoorbeeld amper geregistreerd. Als het al gebeurde, was het op vraag van een school waar men leerlingen betrapte. Meisjes komen amper in de parketcijfers voor. Als er een proces verbaal wordt opgesteld, gaat het meestal om statusdelicten, zoals het weglopen uit instellingen.

Bijzonder opvallend is de vergelijking tussen delicten waarbij geen aanhouding gebeurde en die waarbij dat wel het geval was. Tegen migrantenjongeren wordt nagenoeg even vaak proces verbaal opgemaakt als tegen autochtone Belgen. Maar voor dezelfde feiten worden ze wel veel vaker aangehouden dan die Belgen. 'We hebben in totaal 2.500 PV's geregistreerd", zegt Lode Walgrave. "De cijfers zijn verassend. Voor alle onderzochte delicten worden migranten veel sneller vervolgd dan autochtone Belgen. Voor sommige delicten is het verschil immens groot. Het dealen van drugs door jongeren, zo blijkt uit de parketcijfers en uit ons dark number onderzoek, is bijna een volledig autochtone Belgische aangelegenheid. Migrantenjongeren lijken amper te dealen. Als we dan kijken hoeveel migranten en hoeveel autochtone Belgen werkelijk worden aangehouden, is deze verhouding volledig omgekeerd. Er worden amper autochtone Belgen aangehouden, terwijl het aantal aangehouden migrantenjongeren bijna tien keer zo hoog ligt." 

Harde cijfers die levensgrote vraagtekens plaatsen bij de motivatie achter het optreden van de Brusselse politie, die PVs ter info opstelt of verkiest om jongeren aan te houden. Het kwalitatieve onderzoek, de gesprekken zeg maar, brengt de schrijnende verhalen achter deze droge cijfers. "Je voelt de spanning door de verhalen die migrantenjongeren vertellen", zegt onderzoekster Vercaigne. "Ze voelen perfect dat ze geviseerd worden. Het is bijna abnormaal dat er niet meer opstootjes en rellen zijn."
Een meisje vertolkte tijdens een van de interviews de gevoelens en de spanningen die leven bij heel wat migrantenjongeren. Gevoelens die voor een groot deel ook opgaan voor Belgische, autochtone jongeren die uit zwakkere sociale milieus komen. "Ik heb het gevoel dat ik aan de start verschijn van een loopwedstrijd. Bij de start heeft iedereen gelijke kansen. Alle deelnemers hebben een perfecte uitrusting en witte loopschoenen.  Als ik begin te rennen, merk ik dat ik meer inspanningen moet doen dan de andere deelnemers. Want er zit lood in mijn mooie witte loopschoenen."

 
• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

Web master Update: 22 oktober 2005