Een jaar lang was onderzoeker
Chris Bulcaen met zijn team de vlieg op de muur in vier Gentse
vluchthuizen. Op verzoek van de stad Gent onderzocht hij er alle
aspecten van de begeleiding van en hulpverlening aan allochtone
vrouwen. Een gesprek.
Iedereen voelde dat het niet liep zoals het hoorde, zowel
hulpverleners, allochtone cliënten, de stad en de integratiecentra. De
begeleiding van en hulpverlening aan migranten verliep dikwijls stroef,
ondanks alle goede bedoelingen. De taal, uiteraard. En culturele
verschillen, zei iedereen. "Alleen kon niemand die echt duiden", zegt Chris Bulcaen, die
in 1997 gevraagd werd om onderzoek te doen naar de begeleiding van
allochtone vrouwen in vier centra voor residentieel welzijnswerk.
"Als ik met hulpverleners praatte, begonnen ze meestal met een
aantal verschillen op te sommen, om dan daarna te zeggen dat het geen
echte verschillen waren: 'De opvoeding is anders, hoewel er natuurlijk
ook Belgen zijn die hun kinderen op die manier opvoeden: Zo' verzeilde
je in weinig productieve discussies, waaruit vooral bleek dat niemand
echt wist wanneer je iets een 'cultureel verschil' mocht noemen en hoe
belangrijk ze waren voor het probleem van de cliënt."
Een Turkse en Marokkaanse medewerkster aan het onderzoek werden
tewerkgesteld als tolk en intercultureel bemiddelaar in de
opvangcentra. In die functie maakten ze de volledige begeleiding van 70
allochtone vrouwen mee.
De tolk is niet geliefd...
Bulcaen:
"Eén van de grootste problemen in de opvang van migranten ligt in de
scheiding tussen de algemene welzijnssector en de categoriale sector.
Er zijn weinig allochtone cliëntes die rechtstreeks naar een
opvangcentrum stappen, ze worden verwezen door het integratiecentrum.
Die kennen de cliënte meestal al enkele jaren en willen ook de verdere
begeleiding blijven volgen. De cliënte hoort uiteindelijk drie, vier
stemmen, wat voor verwarring zorgt. Daar komt bij dat de aanpak van de
twee sectoren anders is. De categoriale sector presenteert zich als
ervaringsgericht: ze kennen de cultuur, ze redeneren vanuit het
standpunt van de cliënte. Terwijl de algemene sector - bewust of
onbewust - redeneert vanuit `Vlaamse' waarden en normen. In mijn
onderzoek lieten hulpverleners zich dikwijls kregelig en negatief uit
over mensen uit de integratiesector."
"Die irritatie spitst zich toe op de tolken, die vroeger door de categoriale
sector geleverd werden. Omdat het dikwijls allochtone vrouwen zijn, die omwille
van hun kennis van de taal zijn gerekruteerd, wordt hen verweten dat ze niet
gestudeerd hebben. Ze zouden dus geen 'echte' hulpverleners zijn. Men neemt hen
aan omwille van hun ervaringsdeskundigheid, maar eigenlijk vindt men dat
problematisch omdat culturele ervaring en taalkennis iets is wat je van huize
uit meekrijgt. Voor de meeste tolken is dat een zeer onrechtvaardig verwijt: de
mensen die ik ken proberen hun job zo goed mogelijk te doen. Alleen doen ze dat
op hun eigen manier. Ze hebben niet de geijkte procedures in de vingers. Ze
kennen niet altijd de juiste termen, kortom :ze zijn nog niet volledig
gesocialiseerd als 'sociale hulpverlener'. Maakt hen dat echter minder bekwaam?
Zeker niet. Sinds 1998 worden de tolken in de algemene sector tewerkgesteld".
... terwijl er toch meer nodig zijn.
Dat probleem zal hopelijk opgelost raken wanneer de eerste allochtone
hulpverleners mét diploma van de hogescholen komen, die tegelijk ook
kunnen tolken. Er is al een verbetering merkbaar, ziet Bulcaen. Maar er
moet ook meer begrip komen voor hoe ze werken.
"Veel irritatie ontstaat tijdens het proces van het tolken, omdat
een tolk altijd meer doet dan gewoon vertalen. Ze coördineert het
gesprek, ze moet de cliënte betrokken houden, vragen verduidelijken...
Soms zijn tolk en cliënte tien minuten aan het praten, waarna de tolk
slechts een korte vertaling geeft aan de hulpverlener. Dat versterkt
het gevoel: de tolk speelt onder één hoedje met de cliënt."
De oplossing: autochtone hulpverleners trainen op het werken met
migranten, en veel meer allochtone hulpverleners inschakelen. Al was
het maar voor de beeldvorming.
Bulcaen: "Veel allochtone cliënten blijven het problematisch vinden door een autochtone Belg geholpen te worden."
Allochtone hulpverleners zijn ook beter op de hoogte wie van de familie
gecontacteerd moet worden, en op welke manier dat moet gebeuren.
Bulcaen:
"Vlaamse hulpverleners beseffen ook dat de familie belangrijk is, alleen
draait het er meestal op uit dat de familie zware druk op de vrouw uitoefent om
terug te komen. Het is ook zeer moeilijk om man en vrouw samen te krijgen binnen
een relatietherapie bijvoorbeeld. Allochtone hulpverleners kunnen meer
vertrouwen wekken en tegelijk ook meer weerstand bieden tegen ongewenste
manoeuvres."
Maar zelfs al komen er meer gediplomeerde allochtone hulpverleners, ook tolken
zullen steeds meer moeten worden ingezet.
"Hulpverleners gaan er te vaak vanuit dat het taalprobleem na verloop van
tijd wel opgelost zal zijn. Marokkanen en Turken zullen binnen tien jaar wel
allemaal Nederlands spreken, ja, maar ondertussen zijn er weer een pak
bijgekomen uit andere landen, die geen Nederlands kunnen en toch hulp nodig
hebben."
Wat is cultuur?
Uiteraard zijn de Belgische hulpverleners niet ongeletterd in interculturele communicatie. In hun opleiding zijn enkele cursussen eraan gewijd, en regelmatig verschijnt er vakliteratuur. "Alleen laat de kwaliteit daarvan soms te wensen over", zegt Bulcaen.
"In veel van die boeken staan mooie schemaatjes met aan de ene kant 'onze
gewoontes' en aan de andere de 'andere gewoontes: Als je daarvan uitgaat, creëer
je gegarandeerd misverstanden. In ons onderzoek hebben we vaak kunnen
vaststellen hoe bepaalde culturele verwachtingspatronen onbewust meespelen."
Bulcaen haalt het voorbeeld aan van een autochtone hulpverleenster die
een gesprek heeft met een zeer ondernemende allochtone cliënte. De twee
vrouwen ontwikkelen meteen een levendige band. De cliënte spreekt heel
open over haar slechte relatie met haar ouders, van wie ze niet mag
studeren of uitgaan. Hoewel de cliënte ontkennend antwoordt op de vraag
van de hulpverleenster of ze het gevoel heeft dat er thuis een
cultuurkloof is (ze bevestigt zelfs dat ze méér moslim is dan haar
ouders), schrijft die laatste in haar verslag: "Dit is een typisch geval van cultuurkloof." Daarbij hoort de
'angst voor uithuwelijking' van de 'geëmancipeerde, Westerse vrouw.
Hoewel de cliënte zichzelf zo niet beschouwt, blijft die beoordeling
sterk meespelen in de begeleiding.
Bulcaen:
"Wij gaan ervan uit dat cultuur iets is dat zich openbaart in het
gesprek. Je kunt er dus ook over praten. Je moet er zelfs over praten,
zodat je weet wat de cliënt belangrijk vindt in haar cultuur en wat
niet, en hoe ze dat interpreteert. De Brusselse psychiater Antoon
Gailly, die vooral met migranten werkt, speelt culturele verschillen
onmiddellijk terug naar de cliënt. 'Denk je dat dat te maken heeft met
je culturele achtergrond?' Als de cliënt dan ontkennend antwoordt, kun
je beginnen aftasten wat ons scheidt. Veel hulpverleners aanvaarden
cultuur zonder meer, in plaats van het pad te verkennen. Onze conclusie
alvast, na het bestuderen van zeventig casussen, is dat geen enkel van
de problemen waarvoor de cliëntes naar het opvangcentrum kwamen, met
cultuur te maken had. Ze werden in verband gebracht met cultuur. Dat
wel. Zowel door cliënte als door hulpverlener. Cultuur is een facet in
het behandelen van het probleem, zeker, maar geen enkel probleem was
het rechtstreekse gevolg van een cultureel feit."
Opvangtehuizen voor moslims?
Aanvaardt de migrantengemeenschap dat één van haar leden opgevangen
wordt in een welzijnscentrum? Bulcaen geeft toe dat dit altijd een
probleem is geweest.
"Al is het nu aan het veranderen. Gezagsfiguren binnen de
migrantengemeenschap aanvaarden meer en meer dat een verblijf in een
opvangtehuis een mogelijkheid is om de omstandigheden thuis te
verbeteren. Ze beschouwen het echter wel als een tijdelijke oplossing.
Het is een terechtwijzing voor de man. Terwijl de vrouw van huis is,
kan de imam de man overtuigen zijn leven te beteren."
In Nederland bestaan er aparte opvangcentra voor islamitische vrouwen. Is dat een oplossing voor België?
Bulcaen:
"We mogen die piste niet verwerpen, maar voorlopig lijkt ze ons niet
ideaal wegens een gebrek aan know how. Je mag zo'n opvangcentrum trouwens niet
verkeerd begrijpen. Ze verschillen niet van gewone centra en zullen zelf nooit
de Koran als leidraad gebruiken in hun hulpverlening. Dat doen ze alleen als
de cliënt daarom vraagt. De Koran is overigens een schitterend hulpmiddel bij
de begeleiding. Het boek krioelt van de regels en de voorschriften. Als je die
kent, kun je die optimaal aanwenden. Je moet ze dan natuurlijk wel kénnen."
"Wij waren van mening dat een ambulant team van allochtone
hulpverleners het best tegemoet komt aan de hiaten in de huidige opvang
van migrantenvrouwen. Ze zouden moeten tolken, helpen bij het
begeleiden, netwerken uitbouwen en de migrantengemeenschap voorlichten.
Binnen het team van hulpverleners zouden ze vooral een katalyserende
rol moeten spelen: ze leren autochtone hulpverleners intercultureel
denken".
_______________________
|