Hoofddoek
mag op identiteitskaart
door
Eva Brems (2001)*
Een aanslepend conflict tussen de gemeente Beringen
(België) en de islamitische gemeenschap daar is onlangs beslecht door
het Hof van Cassatie. Het ging om het recht de islamitische hoofddoek te
dragen op de foto van de identiteitskaart.
Sinds 1995 weigert het gemeentebestuur van Beringen een foto voor de
identiteitskaart te aanvaarden waarop de persoon met hoofddoek is afgebeeld.
Voordien werden dergelijke foto’s van islamitische vrouwen wel aanvaard.
Voor tenminste een deel van de islamitische gemeenschap was de ommezwaai
in het beleid onaanvaardbaar. In hun protest schakelden zij de rechter
in. In kort geding is Beringen al herhaaldelijk veroordeeld tot het uitreiken
van een identiteitskaart met de aangeboden foto. Ten gronde werd de gemeente
al in 1996 in het ongelijk gesteld door de rechtbank van eerste aanleg
van Hasselt. Ze wou echter niet inbinden, en ging in hoger beroep, waar
het vonnis in 1998 bevestigd werd, en tenslotte in cassatieberoep. Ook
het Hof van Cassatie verwierp de Beringse argumenten.
Uitzondering
Artikel 6 §1 van de wet van 19 juli 1991 betreffende
de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten bepaalt dat de gemeente
identiteitskaarten uitreikt als bewijs van inschrijving in de bevolkingsregisters.
Een ministeriële omzendbrief van 7 oktober 1992 bevat bepalingen over
de foto’s die in aanmerking komen voor de identiteitskaart. De foto moet
onder meer 'van voren genomen (worden) zonder hoofddeksel' en 'schoon,
recent en gelijkend' zijn (art. 15a). Op het verbod van een hoofddeksel
is er echter een uitzondering:
'Om een ontegenzeggelijk godsdienstige
of medische reden, kan een foto met hoofddeksel toegestaan worden, op voorwaarde
dat het gezicht volledig vrij is (…). Deze oplossing kan slechts aanvaard
worden als de betrokken burger een ernstige rechtvaardiging voorlegt.'
(art. 15d)
Bij de redactie van deze tekst had men in de eerste plaats de kloosterzusters
voor ogen. Maar de tekst is zo opgesteld dat hij ook op andere godsdiensten van
toepassing is, en met name op de islamitische hoofddoek. Het tegendeel zou
overigens een ontoelaatbare discriminatie uitmaken.
Beperkte draagwijdte
In feite gaat het over fundamentele zaken: de vrijheid
van godsdienst, en het pluralistisch en multicultureel karakter van de
Belgische samenleving. Het recht om een islamitische hoofddoek te dragen
wordt niet enkel opgeëist in verband met de identiteitskaart, maar
in de eerste plaats op school en op het werk. Naar die situaties of de
onderliggende principiële vragen toe kunnen uit het cassatiearrest
echter geen conclusies worden getrokken.
Nu het wettelijk kader al voorziet in een uitzondering
om godsdienstige redenen, was het namelijk niet nodig om deze zaak te behandelen
in het licht van de godsdienstvrijheid of het discriminatieverbod. De juridische
vragen die erin aan de orde zijn, beperken zich tot de interpretatie van
de wetgeving, en met name de beleidsmarge die deze aan de gemeente laat.
Geen beleidsmarge
Kort gezegd komt het erop neer dat de gemeente aanvoert
dat zij terzake over een discretionair appreciatierecht beschikt, wat het
Hof ontkent.
In de eerste plaats betekent dit dat het geschil wel degelijk
bij de gewone rechter thuishoort, en niet bij de Raad van State, zoals
Beringen beweerde. De bevoegdheid om identiteitskaarten uit te reiken is
namelijk een gebonden bevoegdheid. De interpretatie die de gemeente moet
doen bij de toepassing van de regel, onder meer wat betreft de pasfoto’s
die in aanmerking kunnen worden genomen, houdt geen appreciatie in.
Ten tweede mag uit de term 'kan' in de omzendbrief niet
afgeleid worden dat het de gemeente vrij staat de uitzondering op de regel
niet toe te staan aan iemand die aannemelijk maakt dat zij een Islamitische
gelovige is die om haar godsdienstige overtuiging te veruiterlijken doorgaans
in het openbaar een hoofddoek draagt, en die daartoe een ernstige rechtvaardiging
voorlegt. In casu was de eigen verklaring van de vrouw aangevuld
door een verklaring van de imam van de moskee van Beringen.
Hoofddoek is islamitisch
Het Hof stelt ook dat 'het dragen in het openbaar van
een hoofddoek overeenstemt met de voorschriften van de Islam'. In hoger
beroep had de gemeente nog beweerd dat dit geen religieus voorschrift was,
maar een strikt individuele wens, aangezien er andere islamitische vrouwen
zijn die geen hoofddoek dragen. In de media kon men de Beringse burgemeester
trouwens uit de Koran de stelling horen citeren dat de hoofddoek in de
Islam niet verplicht is.
Maar dit doet niet terzake. Hoezeer men er ook van overtuigd
kan zijn dat een andere interpretatie van de religieuze bronnen wenselijk
is, een buitenstaander kan ze niet opdringen. Waar het op aankomt, is dat
de betrokkenen de regel als een religieus voorschrift zien, en dat daarvoor
een 'ernstige rechtvaardiging' voorligt. Aangezien wereldwijd miljoenen
moslims dit voorschrift erkennen, kan dat element moeilijk betwist worden.
Een ander argument in hoger beroep was, dat de wens om
met hoofddoek op de identiteitskaart te staan
'niet zozeer zou ingegeven
zijn door ernstige godsdienstige motieven maar door politieke agitatie,
meer bepaald de actie van sommige fundamentalistische, islamitische verenigingen
te Beringen die integratie zouden afwijzen'.
Het hof van beroep betwistte
het waarheidsgehalte van deze bewering. Het zou echter niet verwonderlijk
zijn indien door deze affaire de 'autochtone' en 'allochtone' Beringers
verder van mekaar af zijn komen te staan, en het precies de 'integratie'
is die het slachtoffer is geworden van het koppige beleid. Dit arrest zou
het einde van de strijd moeten inluiden. Misschien kan nu gestreefd worden
naar een andere vorm van integratie, vrij van vooroordelen en met aanpassingen
aan beide kanten.
Eva Brems
REF: Cass., 22 december 2000 (Stad Beringen / X), onuitg.
Zie ook de bijdrage "Geen recht op hoofddoek voor onderwijzeres"
op deze site.
Gepubliceerd in "De Juristenkrant",
3e jg., nr. 24, 27 februari 2001 (ISSN-1374-3538), p. 14 (we zijn onze
vriend, Flip Voets, eindredacteur van de JK, bijzonder dankbaar). Info
& abonnementen:
tel. 0800/14500 (gratis nummer); fax: 0800/17529 (gratis nummer).
E-mail redactie: juristenkrant@wkb.be
Contact met auteur: Eva Brems
|