|
1. Inleiding
Ik vertrek in dit essay van een aantal eenvoudige
observaties, die allemaal draaien rond de moeilijkheden die verschillende
politieke formaties in dit land en elders lijken te kennen wanneer het
erop aankomt zichzelf van de tegenstrevers te onderscheiden. Tijdens de
verkiezingen in de VS viel dit nadrukkelijk op. Gore en Bush visten in
net dezelfde vijver, haalden nagenoeg exact dezelfde thema's aan, en konden
zich slechts profileren door middel van minuscule stijlverschillen. Ralph
Nader beklemtoonde dit keer op keer, en hij wist ook te melden dat beide
opponenten door grotendeels dezelfde bedrijven werden gesponsord. Bush
of Gore, zo zei Nader, het maakt niets uit.
Dit is ver van huis natuurlijk. Maar het is te
makkelijk te doen alsof het ons niet raakt of aanbelangt. Tijdens onze
gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000 viel het al op hoe vrijwel alle
partijen precies dezelfde thema's bespeelden, veiligheid op kop, van dichtbij
gevolgd door meer inspraak en betere contacten tussen burger en beleid.
Het verschil tussen links en rechts was ook hier vaak een stijlverschil,
een verschil in voorgestelde oplossingen. Ten gronde, waar het aankomt
op het stellen van diagnoses en het bepalen van prioriteiten, bleken ook
bij ons alle partijen samen te zitten op een zakdoek. Hoe dicht ze soms
bijeen liggen werd me duidelijk tijdens een gemeenteraadszitting in Mechelen,
in november 1998. We stelden daar een migrantenbeleidsplan voor, en alle
partijen mochten hierover interveniëren. Bart Somers, de voorman van
de lokale VLD (en huidig burgemeester van Mechelen) nam er het woord en
onderstreepte dat de VLD fundamenteel andere standpunten hanteert
dan het Vlaams Blok. De VLD was immers tegen een gedwongen terugkeerbeleid
van migranten. Daar hield het op, en al de rest was een echo van wat het
Vlaams Blok te zeggen had over migranten.
We leven in een rechtse hegemonie, en die wordt
nog het duidelijkst geïllustreerd door de onmacht bij zovele welmenende
politici en burgers om het Vlaams Blok tegenwerk te bieden wanneer het
gaat over het begrip democratie. Men mompelt dat de partij democratisch
verkozen is, en daarmee kan men blijkbaar niets anders dan het fundamenteel
democratische karakter van die partij erkennen. Het Vlaams Blok is voor
zeer velen een partij zoals de andere, zij het dat we niet akkoord zijn
met de standpunten van die partij. Van zodra men constateert dat democraten
geen weerwerk kunnen bieden tegen extreem-rechts wanneer het over democratie
gaat, meer nog, dat extreem rechts (het Vlaams Blok, maar ook Haider) een
thuiswedstrijd speelt als het over democratie gaat, welnu dan moet men
besluiten dat we in een rechtse hegemonie leven.
2. Twee factoren
Die hegemonie heeft zich doorheen de jaren negentig
geleidelijk aan in ons systeem genesteld. Twee grote factoren hebben ze
veroorzaakt en/of gestalte gegeven.
Ten eerste: de val van het Oostblok heeft geleid
tot een wereldwijde erkenning van de overwinning van een kapitalistisch
staats- en samenlevingsmodel, en dit niet omwille van de intrinsieke waarde
van dit laatste, maar omwille van het failliet van het model van de tegenstrever.
Sedert de vroege jaren negentig is marxistische analyse in diskrediet geraakt
en neemt vrijwel elke grote partij de waarde van het kapitalistisch model
over als een gegeven dat niet langer in vraag moet worden gesteld. Neoliberaal
triomfalisme is in ons land vertolkt door de Burgermanifesten van Verhofstadt;
in zijn extreme vorm is het afgezwakt, maar in de plaats ervoor is een
consensus gekomen omtrent de verzoenbaarheid van liberale en socialistische,
zelfs ecologische projecten. Als effect heeft dit gehad dat de relatie
tussen kapitalisme en democratie niet langer bevraagd wordt. Van die relatie
weten we nochtans dat ze complex is en hoegenaamd niet kan gereduceerd
worden tot simpele causale modellen. Het is niet zo dat kapitalisme automatisch
democratie genereert, en dat men het één moet hebben om het
andere te realiseren (iets wat men nogal snel gelooft in de context van
de derde wereld en Oost-Europa). In ieder geval veronderstelt een onderzoek
van die relatie een
ideologisch statuut voor democratie, ik kom
hier straks nog op terug.
De tweede factor, en één die vaak
over het hoofd wordt gezien, is de zeer snelle ontwikkeling van massa-communicatie-
technieken in de jaren negentig. Het afgelopen decennium is het decennium
van de massacommunicatie, met gigantische veranderingen op wereldschaal
veroorzaakt door het Internet en door verschuivingen in de internationale
media-economie, verschuivingen die zich ook in ons land lieten voelen.
Waar bij de aanvang van het decennium Wilfried Martens nog stond te pronken
met zijn Bistel-systeem, hebben alle ministers, regeringen en politieke
partijen nu websites, die vaak worden voorgesteld als nieuwe instrumenten
van participatie en inspraak. De jaren negentig zijn de jaren van het opinie-onderzoek
en de marktstudie, en hoewel weinig in dat decennium echt is uitgevonden
kan men moeilijk naast de reusachtige versnelling en schaalvergroting kijken
van mediatiseringsprocessen in die periode.
Ogenschijnlijk gaat die tweede factor enkel over
de vorm, niet over de inhoud. Maar dat is nu net een grote misvatting.
Door de ontwikkeling van nieuwe technieken voor mediatisering worden nieuwe
instrumenten geboden voor politieke massacommunicatie. De symbiose tussen
politiek en massacommunicatie is opmerkelijk, en ze leidt tot een nieuw
populisme dat zich ent op ideaalbeelden van marketing voor politiek, en
daarin net zoals bij productreclame de klemtoon legt op esthetisering,
suggestie, implicietheid, snelheid en proliferatie doorheen verschillende
genres van politieke boodschappen. (Wie hiervan de voorlopige hoogtepunten
wil zien kan een kijkje nemen op de website van senator Van Quickenborne.)
Twee zaken zijn hierbij van belang. Eén,
dit nieuwe populisme herschept de politiek, het schept nieuwe mogelijkheden
om zich politiek te profileren en het schept nieuwe thema's (denk aan veiligheid
als uitwas van de zaak-Dutroux, met Verwilghen als voornaamste themadrager).
Het is dus niet enkel een vormkwestie: het tast het wezen zelf aan van
politiek. Twee, deze ontwikkeling van massacommunicatie ent zich op de
kapitalistische hegemonie die we daarstraks bespraken. Samen zorgen ze
voor een aantal nieuwe formaten in de politiek, allemaal gebaseerd op een
associatie van de vrije markt, democratie, en bedrijfstechnieken (management
zowel als massacommunicatie). Goeie democratie is er een die de vrije markt
emuleert, en om dit te verwezenlijken hanteert men modellen uit het bedrijfsleven.
3. Directe democratie.
Beide factoren leiden tot een belangrijke verschuiving,
die we kunnen samenvatten als het vervangen van een ideologisch begrip
van democratie door een ander begrip: directe democratie. In
ons land leggen de Burgermanifesten daarvoor de grondslagen, met hun aanvaarding
van een neoliberaal model als uitgangspunt en hun definitie van de kloof
tussen Burger en Politiek als een gevolg van de restanten van niet-kapitalistische
ideologie in ons systeem. In de Burgermanifesten brengt Verhofstadt de
metafoor van de vrije markt als democratie in werking: een democratie zal
maar deugdelijk zijn indien ze eruit ziet als een sterk geïdealiseerde
kapitalistische vrije markt, met aanbieders en verbruikers, en met marketingrelaties
tussen beide. Het maatschappelijke middenveld is een obstakel (de tirades
tegen de vakbonden en de ziekenfondsen staan ons nog voor de geest), de
band tussen beleidsman en burger moet een directe band zijn, gebaseerd
op rechtstreekse, ongefilterde inspraak. Voor meneer De Vos zal Verhofstadt
een democraat zijn wanneer de heer De Vos zijn eigen woorden uit de mond
van Verhofstadt hoort rollen.
Politieke, democratische legitimiteit wordt in
de jaren negentig steeds vaker ingevuld als nabijheid, afwezigheid
van ruimtelijke, zichtbare maar ook conceptuele en emotionele afstand tussen
beleidsmensen en individuele burgers. Elke partij heeft een website, zei
ik al, en op elk van die website heeft men reactiepagina's, e-mail adressen
en dergelijke meer die dit soort direct en identificeerbaar contact tussen
Burger en Beleid mogelijk maken. Alle grote partijen hervormen zich in
de jaren negentig, en de hervormingen houden allemaal antwoorden in op
die vraag naar nabijheid.
De drang naar nabijheid heeft twee duidelijke effecten.
Ten eerste: beleidsmensen ondergaan een transformatie en lijken de neiging
te hebben steeds meer van zichzelf te laten zien. Het schoolvoorbeeld is
Bert Anciaux natuurlijk, van wie we nu al vrijwel elk detail van zijn priveeleven
kennen, en van wie we blijkbaar moeten aanvaarden dat die dingen bijdragen
tot een beter begrip van zijn politieke opvattingen. Ik noem dit proces
"clintonificatie", omdat we van Bill Clinton uiteindelijk zelfs de lengte
van zijn lid kenden. Het tweede effect is vox populisme, een populisme
dat uitgaat van een absoluut respect voor de individuele, herkenbare stem
des volks. De grootste politieke legitimiteit lijkt te liggen in individuele
verzuchtingen van individuele mensen. Enkel indien het beleid hierop een
antwoord kan geven is het beleid democratisch-legitiem. Merk op dat dit
vox populisme intussen ook cultureel wordt ondersteund. De laatste jaren
is er een wildgroei aan amusementsprogramma's waarin de "gewone man" z'n
politiek of ander gedacht mag zeggen, of, om politiek jargon te hanteren,
z'n ware verzuchtingen mag uiten. Denk aan Jan Publiek, waarin een dwarsdoorsnede
van de Vlaamse bevolking wekelijks de hete hangijzers mocht bespreken.
Het model is dus wijd verspreid, en wie niet meteen wenst te aanvaarden
dat deze toogpraatjes voldragen politieke analyses zijn wordt snel beschuldigd
van "minachting" voor "wat de gewone man denkt" of zelfs voor "de legitieme
klachten van de Burger". De zaagcultuur is geboren, en het grote voordeel
is dat ze uitstekend mediatiseerbaar is. Even goed mediatiseerbaar is het
nieuwe genre van politieke praatprogramma's zoals "de Laatste Show", waarin
de politici hoofdzakelijk als BV optreden, en niet als beleidsmensen.
4. Enkele problemen
In dit vox-populisme gaat men er vanuit dat de
ware verzuchtingen van de burger ongefilterd zijn, steeds volmaakt authentiek
zijn en volkomen vrij circuleren in de samenleving. Alweer zien we hier
een metafoor van de consument in de ideale vrije markt: ongehinderd, steeds
kiezend in luciditeit en redelijkheid. Net zoals men in die consumenten-ideologie
suggereert dat de ware economische analyse tussen de rekken van de GB te
vinden is, gaat men er hier van uit dat de ware politieke analyse van de
straatstenen op te rapen is.
Ook hier zien we hoe weinig besef men nog heeft
van de werking van ideologie. De stem des volks is oneindig aangetast door
dominante waarden, gewoonten, en laat ons niet vergeten, door politiek
discours. Het Vlaams Blok heeft duizenden mensen leren spreken, letterlijk,
over veiligheid, migratie en politiek. Die stemmen zijn dus niet neutraal,
niet ongefilterd, enzovoort, maar door-en-door ideologisch en zwaarbeladen
met allerlei politieke invloeden. Daardoor komt het dat wie zoekt naar
de ware verzuchtingen van de burger snel op een heel klein reeksje onderwerpen
uitkomt: precies die onderwerpen die centraal stonden bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Het probleem is niet het kleine reeksje, wel het statuut dat men eraan
geeft: dat van echte, authentieke en eerbiedwaardige "problemen" van mensen.
Vaak zijn het aangeleerde discours, niets meer, en ze weerspiegelen de
beste reclame: die van rechts.
Wie een politiek afstemt op die ware verzuchtingen
merkt tot z'n verbijstering dat de politieke tegenstrever op precies hetzelfde
terrein zit. Het middenveld raakt overbevolkt heet dat, en men raakt er
maar van af door die ware verzuchtingen terug doorheen de bril van ideologie
te gaan zien. Het vox populisme heeft in de jaren negentig aanleiding gegeven
tot een zeer grote samenhoping van politieke partijen rond dezelfde themata,
en die themata zijn de nieuwe verhalen geworden. Bij gebrek aan grote verhalen
zijn het kleine verhalen, en die hebben een rechtse dictatuur gevestigd.
5. Besluit
Nu terug naar het vertrekpunt: hoe komt het dat
we geen weerwerk hebben tegen extreem-rechts wanneer het aankomt op het
definiëren van democratie? Het antwoord is: omdat we democratie niet
meer zien als een ideologie, maar als iets wat door precieze en duidelijke
interactieprocessen tussen individuele mensen moet georganiseerd worden.
We hebben democratie gedefinieerd als een reeks technieken van massacommunicatie,
en als gedragscode voor politici. We zien het niet meer als een systeem
dat steeds moet teruggevoerd worden op een moeilijke relatie met kapitalisme.
En door deze analyse op te geven hebben we de vrije baan gegeven aan formele
invullingen ervan, invullingen waarvan we dan achteraf constateren dat
ze het best en het meest gezaghebbend worden gegeven door rechts.
Als er een opdracht is voor de sociaal-democratie
in verband met rechts populisme, dan moet die m.i. bestaan in het onderzoeken
van de eigen ontwikkeling in de jaren negentig. Mijn voorgevoel is dat
de sociaal-democratie zal moeten constateren dat ze zelf uitbundig meedraait
in een ontwikkeling die we nu, nogal artificieel, als rechts bestempelen.
Het alternatief is het heruitvinden van een groot verhaal, één
dat analyse voorstelt en leiding opeist - ironisch genoeg precies datgene
wat een goed bedrijf doet, ook al beweert het het tegenovergestelde.
_____________________________ |