Het zal velen erg vreemd in de oren klinken.
Zijn het feminisme en de islam niet onverenigbaar? Zijn vrouwen in de
islamlanden niet zwaar onderdrukt? En zijn vrouwen die zich op de islam
beroepen in hun bevrijdingsstrijd niet hopeloos naïef? Neen, zegt professor
Margot Badran. Men denkt veel te vaak dat feminisme een zuiver westers
fenomeen is en daarom nooit een volwaardige plaats kan krijgen in de sociale
veranderingsprocessen van niet-westerse landen. Als we willen beseffen dat
elke strijd moet worden gevoerd in een specifieke historische en lokale
context, dan kunnen we ook begrijpen dat er veel verschillende feminismen
zijn en dat vrouwen in moslimlanden of in de derde wereld in het algemeen,
geenszins moeten wachten op de bevrijding die blanke, westerse vrouwen voor
hen zullen bevechten. Het is juist die maternalistische houding die al voor
veel misverstanden heeft gezorgd, o.m. op de V.N.-conferenties voor vrouwen.
Met de publicatie van dit
artikel is het geenszins de bedoeling om het hier beschreven islamfeminisme
te verdedigen. We achten ons niet in staat om er een oordeel over uit te
spreken. Wel willen we de aandacht vestigen op de vele vormen van verzet
tegen het fundamentalisme, over mogelijkheden om de tegenstander met zijn
eigen wapens te bestrijden – in dit geval de Qur'an – en om het vertekende
homogene beeld van de islam en de vrouwenonderdrukking te helpen corrigeren.
Islamvrouwen zijn er trots op dat hun godsdienst, in tegenstelling tot het
christendom en het judaïsme, de onvoorwaardelijke gelijkheid van man en
vrouw in zijn basistekst heeft ingeschreven.
In tegenstelling tot wat
de naam kan laten vermoeden is het islamfeminisme géén religieus feminisme.
Het is ook geen differentiedenken, want het kiest radicaal voor gelijkheid
tussen man en vrouw in alle sferen van het leven. Het islamfeminisme is het
resultaat van een kennisontmoeting, van een sociologisch vertaalproces
waarbij exogene en endogene vertogen en praktijken tot een nieuw paradigma
leiden. Het is een voorbeeld van hoe sociale actoren, door zich te laten
inspireren door hun eigen geschiedenis en cultuur, zelf producenten van
moderniteit worden. Het is een emancipatorische invulling – avant la lettre
- van wat vandaag "ownership" wordt genoemd, niet opgelegd van buiten uit,
maar gegroeid van binnen in.
Professor Margot Badran is
senior fellow van het Center for Muslim-Christian Understanding van de
Universiteit van Georgetown, USA. Onderstaand artikel is de weerslag van een
lezing die ze begin januari 2002 gaf aan het American Research Center van
Cairo, Egypte. Het artikel verscheen eerder in Al Ahram Weekly, 17-23
January 2002.
Francine Mestrum*
What's in a name?
En wat gaat er schuil achter een naam? Wat is islamfeminisme? Een bondige
definitie geeft dit: het is een feministisch vertoog en een praktijk die
zich situeren binnen een islamparadigma. Het islamfeminisme put voor zijn
inzichten en zijn opdracht inspiratie uit de Qur'an. Het streeft naar
rechten en rechtvaardigheid voor vrouwen en voor mannen in de totaliteit
van hun bestaan. Islamfeminisme is zowel erg controversieel als zeer
gewaardeerd. Er bestaan heel wat misverstanden en foute voorstellingen
over. Dit nieuwe feminisme creëert tegelijk hoop en angst. In dit artikel
wordt nagegaan wie er aan werkt, waarom en met welk doel.
Feminisme.
Er werd al terecht op
gewezen dat termen en begrippen een geschiedenis hebben, net zoals de
praktijken die ermee verbonden zijn. De term feminisme werd bedacht in de
jaren 1880 in Frankrijk, door Hubertine Auclert die hem voor het eerst
gebruikte in haar tijdschrift "La citoyenne". Ze had kritiek op de
heerschappij – en de overheersing – van mannen. Ze pleitte voor
vrouwenrechten en voor de emancipatie die de Franse revolutie had beloofd.
Karen Offen, historica van het feminisme, heeft aangetoond dat de term
sindsdien zeer verschillende betekenissen en definities heeft gekregen.
Hij werd ook in uiteenlopende bewegingen op andere manieren gebruikt. In
het Engels verscheen de term pas begin van de twintigste eeuw, eerste in
Groot-Brittannië en tien jaar later in de Verenigde Staten. In 1920 werd
de term ook gebruikt in Egypte, in het Frans en in het Arabisch,
nisawiyya. Het woord komt dus wel degelijk uit het Westen, en meer
bepaald uit Frankrijk. Maar dat betekent niet dat het feminisme ook
westers is. Zoals het Amerikaanse feminisme ook niet Frans is, wat zowel
Franse als Amerikaanse feministen voortdurend onderstrepen. Het Egyptische
feminisme is niet Frans en het is niet westers. Zoals de voorloopsters
ervan beweren en zoals de geschiedenis leert, is het Egyptisch feminisme
Egyptisch.
Feminismen ontstaan in
specifieke omstandigheden en worden verwoord in lokale termen. De
vrouwelijke geschiedkunde – een discipline die is ontstaan in de jaren '60
en vooral in de jaren '70 en '80 snel is gegroeid – kan aantonen dat er
een veelheid aan feminismen is ontstaan op verschillende plaatsen. De
academica Kumari Jayawardena uit Sri Lanka beschrijft in haar baanbrekend
werk van 1986, Feminisms and Nationalisms in the Third World,
de plaats van verschillende feministische bewegingen van Azië en het
Midden-Oosten in de nationale bevrijdingsbewegingen en de religieuze
hervormingen, met inbegrip van moslimhervormingsbewegingen. Het is bekend
dat Egypte een pioniersrol gespeeld heeft in de ontwikkeling van het
feministisch gedachtengoed en in de organisatie van collectief
feministisch activisme. Ondanks de uitgebreide literatuur in verschillende
talen over deze vele vormen van lokale feminismen, wordt feminisme door
sommigen nog steeds als westers bestempeld, uit onwetendheid of misschien
opzettelijk, om het te delegitimeren. Sommigen spreken van een "westers
feminisme" in een essentialistische, monolithische en statische betekenis,
waarmee ze een bepaalde westerse mentaliteit willen aanklagen of om vanuit
een politieke invalshoek een fout etiket op het feminisme te kleven.
Nochtans is het feminisme een plant die slechts in zijn eigen geschikte
grond kan bloeien. Dat betekent echter niet dat alle feminismen van hier
en elders hermetisch van elkaar zijn afgesloten.
Islamfeminisme
De term islamfeminisme
is opgedoken in de jaren 1990, op verschillende plaatsen. Ik heb hem
ontdekt in geschriften van moslims. De Iraanse onderzoeksters Afsaneh
Najmabadeh en Ziba Mir-Hosseini hebben de opkomst en het gebruik van de
term in Iran onderzocht bij schrijfsters in het Teheraanse
vrouwentijdschrift Zanan, gesticht door Shahla Sherkat in 1992. De
Saoedische onderzoekster Mai Yamani gebruikte de term in haar boek
Feminism and Islam van 1996. De Turkse Yesim Arat en Feride Acar
schreven erover in hun artikelen en Nilüfer Göle gebruikte de term in haar
boek The Forbidden Modern (verschenen in het Turks in 1991 en in
het Engels in 1996). Ze spraken erover als een nieuw paradigma voor het
Turkse feminisme. De Zuid-Afrikaanse activiste Shamina Shaikh had het in
haar speeches en artikelen van de jaren '90 eveneens over islamfeminisme,
net zoals haar mede-activisten. Tegen medio-1990 werd duidelijk dat de
term islamfeminisme door heel wat moslims werd gebruikt en verspreid tot
in de verse uithoeken van de wereldwijde umma.
Het islamfeminisme als
uitdrukkelijk project en als analyseconcept mag niet worden verward met
het islamfeminisme als term van identiteit. Sommige moslimvrouwen bedoelen
met islamfeminisme het verwoorden en bepleiten van een praktijk, gericht
op een door de Qur'an geïnspireerde gendergelijkheid en sociale
rechtvaardigheid. Voor anderen is dit geen islamfeminisme maar een project
voor het herlezen van de Qur'an en voor een vrouwgericht lezen van
religieuze teksten. Het is een "academisch activisme" zoals beschreven in
het boek van Gisela Webb van 2001, Windows of Faith.
Bij de producenten en
beoefenaars van een islamfeministisch vertoog horen ook diegenen die zich
niet noodzakelijk een islamfeministisch etiket of identiteit willen
aanmeten. Ook de religieuze moslims horen erbij (waarmee meestal de
praktiserende moslims worden bedoeld), de zogenaamde seculaire moslims
(waarvan de buitenwereld niet meteen weet hoe ze moslim zijn) en
niet-moslims. Heel wat moslims gebruiken de termen religieus en seculair
om zichzelf of elkaar te benoemen. Andere moslims zijn niet zo gelukkig
met die woorden. Al deze termen moeten in hun historische en lokale
context worden geplaatst om ze correct te kunnen begrijpen. Het zijn
overigens geenszins hermetisch afgesloten begrippen, want er zijn altijd
overbruggingen tussen beide geweest, en dat zal in de toekomst zo blijven.
Sommige verdedigers van
een islamfeministisch vertoog en praktijk kleven meteen een
islamfeministische identiteit aan. Ik denk aan de medewerksters van het
Iraanse tijdschrift Zanan, Zuid-Afrikaanse exegeten en activisten
en vrouwen van de Maleisische groep Sisters in Islam. Anderen zijn
op dit vlak meer terughoudend, zoals sommige belangrijke producenten van
een islamfeministisch vertoog of nieuwe gendergevoelige interpretaties van
de Qur'an. Hoewel sommigen de afgelopen jaren van mening zijn veranderd.
Amina Wadud, de Afrikaans-Amerikaanse theologe en auteur van het
belangrijke Qur'an and Woman van 1991, wilde absoluut geen
islamfeministe worden genoemd. Nu heeft ze er geen bezwaar meer tegen als
anderen haar zo noemen. Wat voor haar telt is dat men haar werk begrijpt.
Wadud wordt wel nog boos als men haar verwijt een westerse feministe te
zijn. In het voorwoord bij de editie die Oxford University Press in 1999
uitgaf, haalt ze uit naar het pejoratieve gebruik van zowel "westers" als
"feministisch". Wat is er fout aan westers zijn, vraagt deze devote
moslimvrouw zich af. We mogen toch niet vergeten dat er meer en meer
westerse moslims zijn, of moslims in het westen, zoals Wadud. En voor wie
het feminisme wil discrediteren zegt ze: "nooit wordt er verwezen naar
de definitie van het feminisme als niets meer dan het radicale begrip dat
vrouwen menselijke wezens zijn". De Amerikaanse theologe van
Pakistaanse oorsprong Riffat Hassan heeft zich eveneens verzoend met het
islamfeministische etiket. Ook voor haar is het allerbelangrijkste dat
haar werk wordt begrepen.
Mondiaal fenomeen
Islamfeminisme is een
mondiaal verschijnsel. Het is geen produkt van het Westen, noch van het
Oosten maar overschrijdt beide begrippen. Het islamfeminisme ontstaat op
verschillende plekken in de wereld, in landen met een moslimmeerderheid of
in landen waar al lang een moslimminderheid aanwezig is. Ook in de diaspora
en in bekeerde gemeenschappen in het Westen groeit het islamfeminisme. In
cyberspace is het eveneens aanwezig, zie bijvoorbeeld
www.maryams.net .
Wereldwijd is Engels de
belangrijkste taal waarin het islamfeminisme wordt verwoord en verspreid.
Maar er worden ook verschillende lokale talen gebruikt. Voor Qur'an
interpretaties en het grondig lezen van andere religieuze teksten moet men
goed Arabisch kennen. Maar aangezien Engels de meest gebruikte taal is,
wordt ook de Engelse terminologie gehanteerd. Met de verspreiding van de
islamfeministische exegese komen heel wat Arabische leenwoorden het Engels
binnen, zoals ijtihad, al bijna een huis-tuin-en-keuken begrip.
Het islamfeminisme maakt
een eind aan een aantal oude binaire tegenstellingen, zoals tussen religieus
en seculair en tussen oost en west. Ik wil dit beklemtonen omdat het vaak
gebeurt dat het islamfeministisch vertoog wordt erkend maar dat men er een
herbevestiging in ziet van oude tegenstellingen. Ik wijs er in mijn lezingen
en geschriften altijd op dat het islamfeministisch vertoog precies het
tegenovergestelde doet. Er worden bruggen mee gebouwd, er wordt gewezen op
gemeenschappelijke problemen en doelstellingen, beginnend met de elementaire
gendergelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Wie beweert dat het seculaire
feminisme botst met het islamfeminisme kent de geschiedenis niet of is
politiek gemotiveerd om een ruime solidariteit tussen vrouwen te beletten.
De pioniers van het
seculaire feminisme in Egypte en in andere Arabische landen hadden altijd
ruimte voor godsdienst. Het eerste Egyptische feministische vertoog was
tegelijk verankerd in het vertoog van het seculaire nationalisme als in dat
van de islamhervormingen. Seculaire feministen (meestal gewoonweg feministen
genoemd) maakten gebruikt van moslimargumenten om de rechten van vrouwen te
verdedigen op onderwijs, arbeid en politieke rechten, samen met
democratische argumenten voor een seculair nationalisme, humanitaire en (later)
mensenrechten. Als feministen pleiten voor een wijziging van de wet op de
Muslim Personal Status, dan gebruiken ze uiteraard argumenten van de islam.
Islamfeministen pleiten
voor vrouwenrechten, gendergelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Ze
gebruiken daarvoor hoofdzakelijk maar niet uitsluitend een moslimvertoog. In
Iran worden ook seculaire vertogen en methoden gebruikt om de eisen kracht
bij te zetten. In haar vrouwgevoelige interpretatie van de Qur'an gebruikt
Wadud een combinatie van klassieke methoden uit de islam en van de sociale
wetenschappen, evenals seculaire vertogen over rechten en rechtvaardigheid.
Het gedachtengoed van de islam laat ze op geen enkel ogenblik los.
Ik heb er in mijn lezingen
en geschriften altijd op gewezen dat de vertogen van seculaire feministen
altijd een religieus vertoog bevatten. Met het ontstaan van een nieuw
islamfeminisme is het duidelijk dat er overlappingen zijn tussen het
religieuze en het seculaire. Ik heb dat idee uitgewerkt in een artikel voor
het 50ste nummer van Agenda, het tijdschrift van de
African Gender Institute: "Locating Feminisms: The Collapse of Secular
and Religious Discourses in the Mashriq". Afsaneh Najmabadeh en Ziba
Mir-Hosseini doen gelijklopende vaststellingen, net zoals Myriam Cooke in
haar nieuwe boek, Women Claim Islam: Creating
Islamic Feminism through Literature.
Het ontstaan van een vertoog
Hoe ontstaat een
islamfeministisch vertoog? De vraag betreft ook datgene wat sommige moslims
een feministische moslimtheologie noemen (een jonge Libanese onderzoekster
bijvoorbeeld, die nagaat hoe Maria in de Qur'an wordt behandeld, de enige
vrouw die bij naam wordt genoemd in het heilige boek). Het basisargument van
de islamfeministen is dat de Qur'an het principe van de gelijkheid van alle
mensen bevestigt, maar dat in de praktijk deze gelijkheid van alle mannen en
vrouwen (en van sommige andere categorieën van mensen) wordt verhinderd door
patriarchale ideeën (ideologie) en praktijken. De islamrechtspraak, fiqh,
werd in haar klassieke vorm geconsolideerd in de negende eeuw en was toen al
zwaar belast met de patriarchale ideeën en praktijken van die tijd. Het is
deze patriarchaal geïnspireerde rechtspraak die de verschillende hedendaagse
formuleringen van de Shari'a heeft beïnvloed. De hadith, de niet
altijd authentieke verslaggeving van de woorden en daden van de profeet
Mohammed, werd eveneens gebruikt om patriarchale ideeën en praktijken te
verantwoorden. Deze hadiths zijn niet altijd even betrouwbaar en soms
worden ze volledig uit hun context gerukt. Wat islamfeministen doen is zich
rechtstreeks beroepen op de heilige tekst van de islam, de Qur'an, om de
boodschap van gelijkheid weer naar boven te laten komen. Sommige vrouwen
gebruiken uitsluitend de Qur'an (Amina Wadud, Rifaat Hassan, de Saoedische
Fatima Naseef); anderen gebruiken een herlezing van de Qur'an en passen die
toe op hun onderzoek naar de verschillende formuleringen van de Shari'a (de
Libanese Aziza Al-Hibri, de Pakistaanse Shaheen Sardar Ali); nog anderen
gaan de hadith opnieuw onderzoeken (de Marokkaanse Fatima Mernissi,
de Turkse Hidayet Tuksal).
De basismethoden van dit
islamfeminisme zijn de klassieke methoden van de ijtihad (onafhankelijk
onderzoek van religieuze bronnen) en tafsir (interpretatie van de
Qur'an). Daarnaast gebruikt men de methoden en de instrumenten van de
linguistiek, geschiedeniskunde, literaire kritiek, sociologie, antropologie,
enz.
In hun benadering van de
Qur'an brengen deze vrouwen hun eigen ervaringen en vragen in. Ze wijzen er
op dat veel klassieke en zelfs post-klassieke interpretaties gebaseerd zijn
op de ervaringen van mannen en erg beïnvloed zijn door de patriarchale
maatschappijen waarin zij leefden.
Feministische hermeneutiek
De nieuwe gendergevoelige
of feministische hermeneutiek levert een overtuigende bevestiging op van de
gendergelijkheid in de Qur'an. Het komt door de interpretatie van mannen en
hun samenstelling van een corpus van tafsir waarin de mannelijke
superioriteit en een patriarchale cultuur worden verdedigd, dat dit
basisgegeven uit het oog werd verloren.
Er zijn verschillende
ayaat (verzen) in de Qur'an te vinden die de gelijkheid tussen mannen en
vrouwen bevestigen. Een ervan is Al-Hujarat:
"Oh mensheid. We hebben U
geschapen als één paar van man en vrouw en hebben U verdeeld in stammen en
naties opdat U elkaar kunt kennen (niet om elkaar te verachten). De meest
gerespecteerde in de ogen van God is de meest rechtschapene onder U (die het
meest de taqwa toepast)".
In wezen, ontologisch, zijn alle mensen gelijk.
Ze onderscheiden zich enkel van elkaar op basis van hun juiste toepassing
van het fundamentele Qur'an principe van rechtvaardigheid. Er is dus geen
tegenstelling tussen feminisme en islam wanneer we feminisme zien als het
besef van de belemmeringen die vrouwen wegens hun geslacht ervaren, als het
verwerpen van deze belemmeringen en als een inspanning om een billijker
gendersysteem te verwezenlijken.
Feministische hermeneutici
maken een onderscheid tussen de universele en tijdloze basisbeginselen en
het particuliere en het contingente of efemere. In dat laatste geval konden
sommige praktijken in zekere zin geduld worden als een manier om bepaalde
gedragingen te beknotten in een maatschappij die met de openbaring kennis
maakte, of om ze op het juiste pad van gerechtigheid en gelijkheid te
brengen. Feministische hermeneutici volgen drie verschillende benaderingen:
- een nieuwe lezing van
de ayaat van de Qur'an om foute maar alom verspreide verhalen recht
te zetten, zoals de verhalen over de schepping en over de tuin van Eden
die moeten dienen om de mannelijke superioriteit te bevestigen;
- het citeren van de
ayaat die ondubbelzinnig de gelijkheid van mannen en vrouwen
verwoorden;
- het deconstrueren van
de ayaat die wijzen op verschillen tussen mannen en vrouwen en die
zo worden geïnterpreteerd dat ze de mannelijke overheersing verantwoorden.
Een voorbeeld van een
nieuwe interpretatie van de Qur'an vinden we terug in sura (hoofdstuk)
vier, vers 34. Mensen zijn fundamenteel gelijk, maar ze zijn biologisch
verschillend gemaakt om het voortbestaan van de soort veilig te stellen.
Slechts in bijzondere omstandigheden zullen mannen en vrouwen verschillende
contingente rollen en functies op zich nemen. Enkel vrouwen baren en zogen
en in die bijzondere omstandigheid wordt de man door de Qur'an aangespoord
om te zorgen voor materiële ondersteuning (4:34):
"Mannen zijn
verantwoordelijk (qawwamun) voor vrouwen omdat God aan de een meer heeft
gegeven dan aan de ander (bima faddala), en omdat ze hen met hun middelen
ondersteunen".
Wadud-Muhsin, Hassan, Al-Hibri, Naseef et al. tonen aan
dat qawwamun de notie van onderhouden in zich draagt en dat de term
prescriptief wordt gebruikt om voor te schrijven dat mannen voor vrouwen
moeten zorgen wanneer zij kinderen baren en grootbrengen. Het betekent niet
dat vrouwen niet zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. De term
qawwamun is geen onvoorwaardelijke verklaring van mannelijke autoriteit
en superioriteit voor altijd, zoals traditionele mannelijke interpretaties
beweren. Vrouwelijke exegeten kunnen dus aantonen dat het de mannelijke
interpretatie is die van het contingente iets universeels heeft gemaakt. Het
is hier niet mijn bedoeling een gevecht over woorden te beginnen, maar enkel
om aan te geven hoe vrouwelijke tekstanalysten te werk gaan. Wat het
mannelijke argument van het gezag over vrouwen aangaat, hebben vrouwelijke
exegeten niet enkel sommige ayaat gedeconstrueerd, maar tevens andere
ayaat onder de aandacht gebracht waarin sprake is van wederzijdse
verantwoordelijkheden, zoals in sura negen, vers 71 van de Qur'an:
"Gelovigen, mannen en vrouwen, beschermen elkaar".
Het doel
Islamfeminisme staat in
dienst van mensen in hun dagelijkse leven en kan ook gebruikt worden om een
betere staat en een betere samenleving na te streven. Voor moslimvrouwen van
de diaspora in het westen en voor gemeenschappen van moslimminderheden is
het voor de tweede generatie vaak erg moeilijk. Ze zitten gekneld tussen de
praktijken en normen van de cultuur van hun ouders en van hun
oorsprongslanden en de levenswijze van hun nieuwe land. Moslimfeminisme kan
deze vrouwen helpen om religie van patriarchaat te onderscheiden. Het biedt
hen een manier om een beter inzicht te krijgen in gendergelijkheid,
maatschappelijke kansen en hun eigen potentieel.
Islamfeminisme is ook
relevant in landen waar de islam overheersend is. Het biedt een andere visie,
een ander begrip en gehechtheid aan godsdienst en cultuur door middel van
een ondubbelzinnige keuze voor gendergelijkheid.
In hun onderzoek van de
Qur'an en de hadith vinden islamfeministen overtuigende argumenten om
te stellen dat de islam geen geweld tegen vrouwen kan vergoelijken en geweld
zelfs tegen de islam indruist. Dit feit op zich zal geen einde maken aan het
geweld maar het is wel een waardevol instrument om het te veroordelen. De
Maleisische groep "Sisters in Islam" b.v. heeft het geweld tegen
vrouwen in naam van de islam veroordeeld in een op grote schaal verspreid
pamflet. De Zuidafrikaanse Saadiya Shaikh heeft een studie gemaakt van de
noties van seksualiteit in islamitisch religieuze teksten.
Islamfeminisme is op de
keper beschouwd radicaler dan het seculaire feminisme van de moslims.
Islamfeministen staan op volledige gelijkheid van mannen en vrouwen in zowel
de publieke als de privé-sfeer, terwijl de seculaire feministen voor de
privé-sfeer vaak het idee van de complementariteit hebben geaccepteerd. Voor
islamfeministen kunnen vrouwen staatshoofd worden, voorgangers, rechters of
mufti's. In sommige landen met een islamitische meerderheid zijn er ook
vrouwelijke rechters, enkele eerste ministers en één staatshoofd.
Islamfeminisme is in het voordeel van alle moslims, mannen en vrouwen, en
van alle niet-moslims die overal ter wereld met moslims samen leven.
Het is belangrijk om stil
te staan bij de inhoud en de doelstellingen van het islamfeminisme en zich
niet te laten verleiden tot steriele discussies over wie er al dan niet het
recht heeft om te denken, te onderzoeken en te spreken. We hoeven niet al te
defensief of bezitterig te doen over gendergelijkheid. Voor mij is
islamfeminisme er voor iedereen.
Islamfeminisme is een
feministisch vertoog dat zich uitdrukkelijk binnen een paradigma van de
islam situeert. De praktijk is geïnspireerd door en gebeurt in naam van de
islam. Sommigen die nu over islamfeminisme praten stonden aan de wieg van
het nieuwe vertoog. Anderen, onderzoekers, schrijvers, journalisten en
intellectuelen hebben het islamfeminisme besproken zonder er echt deel van
uit te maken. De Marokkaanse sociologe Fatima Mernissi is een goed voorbeeld.
Zij was één van de eersten om het islamfeminisme te verwoorden, zonder
zichzelf die identiteit aan te meten.
Als ik kijk naar de
geschiedenis en naar de actualiteit van Egypte, met zijn pioniersrol voor de
feministische beweging, dan denk ik dat het feminisme van de moslimvrouwen
zich ook binnen de islam situeerde, hoewel niet uitsluitend daarin. Het deed
immers ook een beroep op het nationalisme, op humanitaire en mensenrechten
en op democratie.
Het verschil tussen het
seculaire feministische vertoog en het islamfeministische vertoog is dat dit
laatste zich exclusief binnen een paradigma van de islam situeert. Dit
betekent geenszins dat er een binaire tegenstelling wordt gecreëerd tussen
beide. Het geeft enkel aan welke discursieve categorieën er gebruikt worden.
Beide vertogen zijn op heel wat punten overlappend.
______________________
|